La vie à Montréal
In het begin mis je al het vanzelfsprekende, alles wat je zo gewoon was uit je Belgische leventje: de Peter Van de Veire-ochtendshow op STUBRU, het journaal waar je nauwelijks naar keek, de krant die je zo weinig las, “een klein bruin brood gesneden aub” bij de bakker en op je wenken bediend worden, blonde Leffes of een gewone LEKKERE pint voor een schappelijke prijs op café, goedkope Côte d’Or chocolade, de aldi-chocomoussekes en uiteraard je vrienden en families nooit verder weg dan een maximum 1 uur durende treinrit. Je merkt dat Belgische lekkerbekken hier niet helemaal aan hun trekken komen, hoewel het hier in Montréal naar het schijnt goed meevalt in vergelijking met de rest van Noord-Amerika.
Aan het gemis van overvloedig écht lekker eten ben zelfs ik (Lien dus, voor degenen die ons niet zo goed kennen) snel gewend geraakt. Je moet wat beter zoeken, de eerste week strompelden we vaak 1 uur of langer rond in de supermarkt om uiteindelijk met 1 mandje buiten te komen waar je dan – slik – 60$ voor betaalt. Je toast je brood en probeert niet te denken aan het heerlijk vers knapperig brood dat we kennen van thuis. Je mist kaas en denkt dat het maar goed kan zijn voor de lijn. Maar dan… dan bezoek je na 2 weken eindelijk eens Marché Atwater en vind je daar vers brood, heerlijke croissants en zowaar Nederlandse jonge gouda! Mmmmm, boterhammen met kaas hebben zelden zo lekker gesmaakt!
De lijn laat je dan maar voor wat ze is…
Hieronder zie je Marché Atwater, één van de verschillende indoormarkten in Montréal:
Vrijdag ben ik met Ruben gaan kanovaren op de “fleuve” St-Laurent en tussen de eilandjes van Boucherville. We haalden de kano op bij zijn schoonouders, staken de grote autoweg over met de kano in de hand (klinkt vlotter dan het aanvoelde), brachten ons bootje in de rivier en we waren vertrokken. Stroomopwaarts peddelend zag ik al gauw de skyline van Montréal te voorschijn komen. Wat later namen we een afslag en voeren we tussen met riet bedekte oevers. Super om zo dicht bij een grootstad een stukje natuurschoon als dit terug te vinden.
Ook in de stad zelf ontdekten we tijdens onze eerste weken de groene kantjes van Montréal: gezellige picknickplaatsen aan de Vieux Port vlakbij het historisch centrum; de Jardin Botanique waar Peter elke dag gaat werken; het zalige Parc La Fontaine gelegen in het Plateau, de – heel begrijpelijk – meest gegeerde woonbuurt in Montréal; de groene Mont-Royal; het kanaal Lachine hier vlakbij …
Kanaal Lachine, op weg naar de Marché
Met blote voeten in Parc La Fontaine
Ingang van de Jardin Botanique met fototentoonstelling
Peter en de kikker
Gebouw waar Peter werkt en zicht op Stade Olympique: de WC-pot of Big O(we) in de volksmond
Dit weekend hebben we een fiets gekocht dus nu kunnen we de stad ook al fietsend verkennen. Binnen 2 weken komt onze eerste bezoekster langs en zij brengt Peter’s fiets mee (hebben hier ontdekt dat je gratis een fiets mee kan nemen met Air Transat), dankje Liesbetje!
Nu zijn we in blijde verwachting van de Indian Summer herfstkleurenpracht, weeral iets wat we nog nooit hebben meegemaakt… Sssspannend!
Meer foto’s hier.
Na de jetlag
We zijn hier nu al een dikke week, maar ik kan het nog altijd niet geloven: we wonen in Montréal, Canada!
Vlucht was ok (geen persoonlijke films weliswaar) en mooi op tijd geland. Lang moeten aanschuiven bij de paspoortcontrole en voor het eerst in ons leven doorverwezen geworden naar ‘immegration’. De kerel daar was nogal nonchalant en vroeg niet al te veel details voor hij onze ‘work permits’ aanmaakte. Daarna onze valiezen opgepikt, door de douane en opgewacht door collega Stéphane. Tijdens de autorit naar ons nieuw appartement zagen we dat Montréal nog steeds heel, heel groot is en verbazend warm. Files zijn hier ook een probleem, omdat ze hier maar twee (verkeersonvriendelijke) seizoenen hebben: winter en wegenwerkenseizoen.
Ons appartement is erg ruim, heeft alle comfort, maar is nogal steriel oncharmant. Het ligt ook op een kruispunt van 2 hoofdwegen, dus het verkeerslawaai zit echt in je living als je de ruit opendoet. Jammer genoeg moeten de ruiten wel opendoen, want de airco is stuk en ‘t was hier de eerste week rond de 30°C!
De eerste paar dagen de buurt wat verkend (en 2 planten gekocht om ons appartement wat op te vrolijken
). We beginnen langzaamaan te weten hoe het metronet in elkaar zit, waar het noorden is als we een straat inslaan en waar de dichtste winkels zijn. Eten is hier trouwens stinkend duur: vaarwel goedkope en lekkere kaas, yoghurt, chocolade, brood en bier
Kleerwinkels, gezellige (jazz)café’s, grote parken en vriendelijke mensen zijn er hier wel met hopen, dus er valt nog heel wat te ontdekken! De Canadese natuur hebben we trouwens ook al even kunnen proeven: onze eerste zondag brachten we al wandelend door met Stéphane’s gezin in de Laurentides, een bergketen op een uurtje van Montréal!
Over mijn werk valt nog niet zoveel te vertellen, want ik kan nog niet echt beginnen (m’n computer moet nog aangekocht worden) maar de omgeving is in ieder geval schitterend: in de botanische tuin, met zicht op het Stade Olympique.
Echt gesettled zijn we hier nog niet – we vergeten soms dat we hier nog maar een week zitten – en er valt ook nog het een en het ander te regelen. Onze verscheepte kisten moeten opgehaald worden, onze work permit moet aangepast worden – die nonchalante pipo schreef ‘masculin’ op Lien’s vergunning! – zodat we een social insurance number kunnen aanvragen, ziekteverzekering kunnen regelen en die airco moeten we aan de praat krijgen! Gelukkig hebben we tijd en hoewel het af en toe nogal overdonderd is – wat doen wij 2 Belgjes toch in Canada? – hebben we er wel zin in!