Het weer was tot dan toe ideaal: (bijna) geen regen, af en toe een straaltje zon (ideaal aangezien het in Fiordland tijdens de maand december 18 op de 31 dagen regent). Goed geslapen en ’s ochtends zowaar in de zon kunnen ontbijten! Super om onze langste en zwaarste dag zo te kunnen beginnen. Vooraleer van start te gaan bracht ik een 2de COMPEED op mijn rechterhiel aan… En dat brengt me bij het volgende (voor mij irritantste) ongemak:
3. Liens rechtervoet
Een blaar (volgens Peter is dit een blinne, ik zeg dat hij er niks van kent) die ik op een dagwandeling had opgelopen, was net genezen toen we de Routeburn startten. Na 1 uur wandelen, verwelkomde ik ze terug en bedekte ze liefdevol met een COMPEED. OK, super uitvinding die eventjes helpt en verzacht, maar dat ding blijft op mijn voeten niet op zijn plaats zitten waardoor die blaar blijft en alsmaar groter wordt… Jammer genoeg begon ook mijn rechter grote teen op dag 2 heel pijnlijk te worden (die zit nu blauw), waardoor ik op bepaald moment gewoon bij elke stap een steek voelde.
We begonnen met onze 1e steile klim richting Routeburn Falls. Halfweg kwamen we bij een open plek (bomen weg door aardverschuiving in 1994), waar je een magnifiek uitzicht hebt op de vallei waar we gekampeerd hebben. Peter kon hier de foto nemen waar hij al de hele reis op wacht.
Een 2e langere, maar zachtere klim, grotendeels boven de boomgrens, brengt ons bij Harris Saddle. Mooie uitzichten, struikjes, bloempjes – wij biologen waren in onze sas! En dat zonder enige regendruppel!! Lunch op Harris Saddle, met zicht op prachtige bergen en dreigende onweerswolken. Enige storende factor: een bende van 8 antipathieke Denen die sigarettenrook in onze richting uitbliezen en die we ook tot onze busreis terug zijn blijven tegenkomen.
Vanaf daar startte onze tocht richting Lake Mackenzie, via een weggetje op een bergflank met zicht op de Hollyford vallei. We gingen op, neer en weer bergop – ondertussen werd m’n voet pijnlijker en pijnlijker – tot we eindelijk Lake Mackenzie zagen liggen in de diepte (daar was ook onze kampplaats voor 2e nacht). Ons doel was in zicht, nu enkel nog een steile afdaling via het mossige Silver Beech bos (heel sprookjesachtig allemaal, maar ik kon er op dat moment niet ten volle van genieten… Ik heb de afdaling namelijk al manken gedaan, daar mijn pijngrens heel laag ligt en ik een beetje een mietje ben
)
Man man, ik was blij toen onze tent er stond, we onze overheerlijke gevriesdroogde Indische schotel met sponzige kippenbrokjes konden opeten en ik m’n voetjes in m’n slippers kon schuiven! We kampeerden hier trouwens op kiezelsteentjes met daarop zo’n nepgras-tapijt: gesjellig!
Rond acht uur begon het massa’s te regenen – we hadden die dag al 500 keer gezegd dat we veel geluk hadden met het weer, de weergoden maw iets teveel uitgedaagd… – en het heeft niet meer gestopt tot we terug in civilisation toekwamen.
Dag 3: regen, mottig slaaphoofd en ons brood en energiebars waren op na het ontbijt (aiaiaiai). Niet ideaal, maar uiteindelijk raak je wel in een soort van trance, automatische piloot die je voortduwt tot het eerste doel. Door de vele regen moesten we vele stroompjes en watervallen oversteken, met als toppunt de Earland Falls, die neerklaterden van 174 m hoog en ons bijna wegbliezen. Heel trots dat ik niet geslipt was, besloot om toch ik te vallen op een onnozel modderwegje… Niet enkel kletsnat dus, maar ook bruine viezigheid alom aanwezig nu… Dit doet me eraan denken dat we een uitzonderlijke NZ’se papegaai tegengekomen zijn op onze weg: de KAKA (niet bruin zoals zijn naam doet vermoeden, maar mooi groen met rode buik). Nadat we onze laatste rijstkoeken, banaan en beetje kaas opgegeten hadden, stapten we in de plensende regen (BRRR) richting ‘The Divide’, het eindpunt van de track. Na ongeveer 1 uurtje zagen we het verlossende beeld: parking en shelter!! Yeah, we made it, high five!
Droge kleren en slippers aan en wachten op de bus. Tijdens de 4 uren durende busrit terug heb ik ongelooflijk zitten verlangen naar eten, nagedacht over de handigheid van elektriciteit en supermarkten, over hoe leuk ik het vind om op reis te zijn. ’s Avonds (gisteren) Indisch gaan eten (kip niet sponzig) (MMM) en in een bed geslapen in toffe hostel (ZZZ), waar we besloten te blijven plakken.
Vandaag ‘geluk’ met het weer: het regent, waardoor onze paardrijtocht afgelast is tot morgen, zodat we kunnen schrijven, de waste doen, voetjes rusten en gewoon op ‘t gemak zijn… Kortom: het was een zaaaalige tocht en heerlijk om ons fysiek uit te putten om nu 500 keer meer te genieten van een bed en ander comfort!!
PS: ik heb gezwoegd om dit binnen de tijd op te typen…
Halloooooo,
Gewoon prachtig.
Vlotte pen (wat dachten jullie) bijkomend geflankeerd met prima foto’s,
wat willen wij nog meer ? Niks.
Alles verloopt blijkbaar op “wieltjes”, de kleinere “dagdagelijkse probleempjes” daargelaten (jullie kennende is dit zeker normaal maar valt toch nog best mee hoor… misschien wel ietske slechter verwacht ha,ha)
Doe zo verder en… geniet maar (jullie gaan toch NIET ieder jaar nr NZL ?
of toch ? maar geen vakantie genoeg hé.
Genieten van alles (natuur & samenzijn) is heerlijk.
Wij kijken verder uit.
Veel liefs,
Ma & pa, Bellegem.