Van Glenorchy naar Kaikoura
Hey iedereen! Jawel hoor, we zijn er nog steeds!
Dinsdag 18 december
Omdat ‘t weer de dag ervoor (dag van onze laatste post) regenachtig was hebben we onze paardrijtocht naar vandaag verplaatst. Richting Glenorchy gevroemd en ‘t was al stralende zon toen we opreden bij High Country Horses. Een helm en een paard (ik en Will, Lien en Sassle
) en op weg. Blijkbaar had ik iets meer uitleg gekregen over sturen en hielen naar beneden houden, want Lien vond er ‘t eerste uur niet zoveel aan. Omgeving zeer Lord of the Rings, langs de Rees-rivier stroomopwaarts, beekjes overstekend, door wilgenbossen en met schitterende besneeuwde bergen op de achtergrond. En hoewel ze hier stukken van de film hebben opgenomen (onder andere Isengard), is het beter gewoon van de omgeving te genieten, want veel herken je toch niet. Tijdens een korte draf in het terugkeren, zakte Lien scheef van haar paard (met bijhorend gilletje uiteraard) dus een beetje spannend was het ook wel.
Gegeten aan het hoofd van lake Wakatipu en dan terug over Queenstown naar Arrowtown, een oud Chinees goudzoekersstadje. Even langs de rivier op zoek geweest naar de Ford Bruinen, de plaats waar Arwen de achtervolgende Nazgûl kan wegspoelen, maar opnieuw niets herkend. Gelukkig was er heerlijk chocoladeijs te koop.
Langs een steile pas omhoog gereden, over de bergen tot in Wanaka, waar we arriveerden op een wat marginaal Holiday Park. ‘t Weer was nog steeds schitterend, dus ons aan Lake Wanaka gelegd.
Woensdag 19 december
Erg getwijfeld of we nog een wandeling in de buurt zouden doen of doorrijden, en het laatste gekozen. Langs Lake Hawea, via Haast Pass, door schitterend berglandschap de Haast rivier volgend tot in Haast (erg inventief zijn ze hier niet met de namen). Even verkeerde kant op gereden (Lien was eens navigator
) en via de West Coast omhoog tot in Fox Glacier, een miniem dorpje aan de Fox-rivier niet ver van de indrukwekkende – je raadt het al – Fox Glacier.
Donderdag 20 december
Met een groep van 15 een begeleide gletsjerwandeling gedaan. Via het gematigd regenwoud dat langs de gletsjer groeit (zeer vreemde combinatie) omhoog geklommen, en zo’n uurtje op het ijs zelf rondgewandeld. Weer viel mee en we hadden een goede gids die ons perfect de gelijkenissen tussen een gletsjer en een mars-reep kon uitleggen.
Vrijdag 21 december
Grootste avontuur van de dag was om 1 uur ‘s nachts, toen we wakkerschrokken van een enorme klap op ons tentje. Alsof iemand over een touwtje was gestruikeld. Geen gevloek te horen, maar nogal akelige dierengeluiden en een lage schaduw langs de tent. Geen egel deze keer (die in Te Anau onze muffins zat op te eten in de voortent), maar een opossum of een vogel dachten we. Wat later zat ‘t beest in de boom boven ons te smakken, waarbij af en toe iets hards op de tent viel, terwijl ie ook aan het roepen was naar een soortgenoot.
Toen we ‘s ochtends naar buiten kropen zagen we dat ‘t een kea (een grote alpiene papegaai) was geweest, want hij had een grote scheur in onze voortent gemaakt! Vorte vogel, onze nieuwe tent!
Opgekraamd en tot in Hokitika gereden, de greenstone-plaats van Nieuw Zeeland. Beschreven als een gezellig artistiek stadje, maar wij vonden er niets aan. Bovendien hadden we ook onze eerste ruzie-dag, en de saaie omgeving hielp niet veel.
Zaterdag 22 december
Opnieuw een stuk opgewekter doorgereden, waarbij we stopten aan de Punakaiki Pancakes Rocks, een geologisch raadsel. De rotsen vonden we niet zo boeiend (‘t was ook laagtij, waardoor er geen blowholes waren), maar wel de hele bende Hector’s Dolphins die constant aan de voet van de kliffen te zien waren! Super! Ook onze eerste sternen enWeka gezien.
Via het spannend autorijden door Buller Gorge, de hele weg afgelegd tot in Motueka, waar we onze tent konden opzetten in de schitterende backpacker The White Elephant. Bij de Duitste uitbater George – die met z’n gestalte en grijs haar in ‘n staartje wat leek op een slechterik uit ‘n B-film – nog een kayaktochtreservatie kunnen versieren voor de twee volgende dagen!
Zondag 23 december
Veel kayakopties waren er niet meer, dus zaten we op een combo-trip waarbij we de eerste dag kayakten met een gids, en de tweede dag op ons eentje zaten. Met de watertaxi langs de kust omhoog en afgezet in Onetahuti. ‘t Was het beste weer sinds een maand en het azuurblauwe water en goudgeel strand zag er dan ook adembenemend uit. Als volleerde professionals de kayak in om een hele dag te peddelen langs de kust van Abel Tasman National Park. Schit-te-rend gewoon! Heerlijk weer, wind in de rug, duikende jan-van-genten, pelsrobben die op een meter van onze kayak zwommen (leek wel alsof we in de zoo waren), waw! Enkel de groep (enkel Duitsers) was wat asociaal. Voor de laatste rechte lijn naar Torrent Bay, de kayaks naast elkaar gelegd, een zeil opgezet en het hele eind gezeild.
De DOC-campsite was de meest moderne die we al gezien hadden, vlug onze tent opgezet en ons gaan leggen aan een nabijgelegen baaitje. Net een postkaartje!
Terug op de camping aan de praat geraakt met de buren (twee vriendelijke Duitse meisjes en een jong Frans koppel) en de hele avond lang zitten kletsen over vanalles en nog wat: de max!
Maandag 24 december
Regenachtig weer en nu alleen in de kayak op zee. De ruwe ‘Mad Mile’ overleefd en nog tot in de namiddag kunnen ronddobberen en stevig peddelen. Nogal moe toen we terug in de backpacker aankwamen, met weinig kerstavondplannen, tot ‘t Franse koppel plots arriveerde! Samen met hen (Charlotte & Bertrand) inkopen gedaan en zalig kunnen BBQ’en op kerstavond! Veel gekletst en (te, hé Lien?) veel plaatselijke wijn (Blenheimer) gedronken.
Dinsdag 25 december
Op ‘t gemak op de backpacker gebleven, nog steeds een beetje geblenheimerd. Maar dat ging al snel over met het heerlijke weer, kaartjes schrijven, ping-pongen en Charlotte & Bertrand.
Woensdag 26 december
Tips en adressen uitgewisseld, afscheid genomen en nog een klein stukje noordelijker gereden. Normaal van plan om in Takaka te blijven, maar alles was volgeboekt (in de periode tussen Kerst en Nieuwjaar gaan alle Kiwi’s zelf op reis). Dan maar de plaatselijke bezienswaardigheden gedaan. Te Waikoropupu Springs – die onze Maori Lien vanaf de eerste keer juist kon uitspreken
– de grootste van Australasia en de op één na helderste ter wereld (na een op Antartica) en ‘t kleine Gorge Scenic Reserve. Die laatste was een vreemd rotsachtig park in een verder plat platteland, met boomvarens, overal mos en enorme boomwortels die langs de rotsen naar beneden kropen: alsof je plots in een of ander tropisch regenwoud zat.
Wat verder dan toch een backpacker gevonden, en aan de praat geraakt met een Duits koppel en wat later een ouder, gezellig Amerikaans koppel. Ze hebben allebei een huis op het Noordeiland en we kregen hun adres wilden we daar gratis overnachten op onze tocht: super!
Donderdag 27 december
Teruggekeerd naar Motueka en verdergereden naar Picton, waar we – zoals het zou moeten – binnenstapten in het bezoekerscentrum om te informeren naar de Queen Charlotte Track die je hier in de Malborough Sounds kan doen. Jammer genoeg hadden we een onvriendelijke vrouw in opleiding voor ons, die ons geen moer vooruithielp. Toch nog op een holletje het een en ander kunnen regelen, waardoor we de volgende dag konden vertrekken.
Vrijdag 28 december
Nog een gasvuurtje gekocht, en met bewolkt weer de watertaxi tot in Ship’s Cove genomen. Onze baggage (tent, slaapzakken,…) hoefden we deze keer gelukkig niet mee te zeulen, want die werd door de boot op de bestemming afgezet. Een lange tocht (zo’n 7-8 uur) op en neer door de met boomvarens begroeide hellingen van de sounds. Lien had gelukkig haar Teva’s aangedaan, en bleef van de meeste voetpijnen gespaard. Tijdens de picknick liepen weka’s rond, een soort grote rallen die niet kunnen vliegen. Ze kunnen echter wel springen en lopen! Zat ik daar gezellig met een sandwich in m’n hand, toen de grootste opsprong en een grote hap meehad! Even later besloop hij ons van achteren en stal de hele zak sandwiches en liep pijlsnel het bos in. Gelukkig was ik sneller… Die vogels hier!
Zaterdag 29 december
Warm zonnig weer en een leukere wandeling, in een omgeving die wat weghad van het zuiden van Frankrijk, behalve dan de blauwe zee aan beide kanten van de kam waar we overliepen.
Zondag 30 december
Terug opgepikt door de boot en terug naar Picton, waar we doorreden naar Kaikoura, ‘t walvisstadje! Gekozen voor drie nachten in een bed te slapen, mmm! Leuke en vriendelijke jeugdherberg (Sunrise Lodge), waar morgenavond met iedereen opnieuw kunnen barbecuen voor oudejaarsavond.
Maandag 31 december
Wegens ruwe zee is onze walvistocht afgelast!
Duimen maar voor morgenochtend 6u! Dat zal een korte nieuwjaarsnacht worden.
Prettig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar iedereen! xxx
Foto’s Nieuw Zeeland (01)
Joehoe, ‘t is gelukt om wat foto’s online te zetten. Neem een kijkje naar wat we allemaal voor de lens van Bart’s fantastische fototoestel kregen, door te klikken op de volgende links: Sydney en Nieuw-Zeeland tot nog toe.
Milford Sound & Routeburn Track
Woensdag 12 december – Milford Sound Sea Kayak
Om 6u30 ‘s ochtends opgepikt door een klein busje die ons via een lange kronkelbaan door de bergen naar Milford Sound voerde. Eenmaal daar moesten we een heleboel kleren aantrekken (waaronder een grappig soort rokje) om ons lekker droog en comfy te voelen in de tweepersoonskayak. In een groepje van zo’n 5 kayakken de stille fjord opgevaren. We peddelen vooral dicht bij de bijna loodrechte bergwanden, die tot in de wolken boven ons uit torenden. Watervallen kwamen van daarboven naar beneden vallen en regenwoud klampte zich overal aan de rotsen vast: fantastisch!! Af en toe zagen we een Fiordland crested pinguin op de smalle oevers heen en weer springen, of zelfs naast ons in het water en enkele nog onvolwassen pelsrobben. Hoewel de kayakken bekend staan als divorce-boats, ging alles heel vlotjes en tegen de middag wisten we perfect hoe we de boeggolven van de passerende cruise-boten moesten aanpakken. Bovendien ben je op het water gespaard van de verschrikkelijke sandflies, die mij aan land al aardig hadden toegetakeld. Volgens de plaatselijke Maori-legende werden die door een godin gecreëerd toen ze zag hoe paradijselijk Milford Sound was: de sandflies zouden ervoor zorgen dat de mensen er niet te lang bleven om de plaats om zeep te helpen. Gelukt!
En dan nu, Lienie’s relaas van de Routeburn track.
Vr 14 – Zo 16 december – Routeburn Track: een hele ervaring
Op voorhand was ik heel benieuwd hoe we de track zouden ervaren, of het weer zou mee/tegenvallen, of we niks vergeten zouden zijn, welke ongemakken we zouden tegenkomen… Veel vragen dus en nu we terug zijn, kan ik zeggen dat het ongeveer verlopen is zoals ik verwacht en gehoopt had.
Zoals ik had gedacht, met een aantal probleempunten op onze weg (niet ERG, maar wel mottig op het moment zelf):
1. Het waterfles-incident
Gepakt en geladen vertrokken we met de bus richting Routeburn Shelter, waar de track begint. Vanaf daar is er niks meer, zelfs geen vuilbakken, het enige teken van menselijke invloed is het grote afdak en de putten met bril en deksel (ik noem het geen WC’s aangezien je niet kan doorsjassen).
We starten onze tocht, wandelen de 1ste swingbridge over, Peter voorop en na 10 passen zie ik dat zijn waterfles niet meer op zijn rugzak zit… Mottig aangezien het toch een zware tocht wordt waarbij je veel water zal nodig hebben. Peter is terug gegaan naar de shelter, maar blijkbaar was de fles eruit gevallen in de bagageruimte van de bus… Tjah!
2. Het kookvuurtje
We wandelen via een schitterend bos, langs en over water (telkens via kleine swing-bruggen), watervalletjes passerend naar de eerste kampeerplaats: een supermooie vallei langs een kronkelende rivier, het geluid van een waterval in de verte, met zicht op besneeuwde bergtoppen en beboste heuvels. Al 5 tentjes ter plaatse, wij komen er als laatste bij. Na het opzetten van de tent hebben we wel iets lekkers verdiend: een koffietje voor mij, een soepje voor Peter. Uiteraard heb je daar warm water voor nodig en inderdaad: daarvoor heb je een gasvuurtje nodig. Tijdens het kamperen hadden we tot nu toe al iedere keer de keuken van camping of hostel gebruikt, MAAR: we hadden het vuurtje wel degelijk getest voor we aan de track begonnen (al voorzienig van ons vond ikzelf) en het werkte perfect! Je voelt het al komen: na 25 keer het vuurtje in gang proberen te krijgen, rees het vermoeden dat het misschien wel kapot was…
(Sonja: volgens mij moet dit bestraft worden met een aftrek van outdoorpunten?
Wees gerust hoor, ofwel laten we het herstellen, ofwel krijgen jullie een nieuw vuurtje hoor! We weten echt niet hoe het kapot is gegaan…)
Hmmm, weeral mottig, omdat dat vuurtje er nu eenmaal voor zorgt dat je eten kan maken en iedereen die me een beetje kent, weet dat ik het vooruitzicht van 2,5 dagen overleven op rijstkoeken, mueslibars en bananen in combinatie met het bestijgen en afdalen van bergen en het oversteken van rivieren en watervallen, ECHT NIET zag zitten!! Peter heeft het proberen te herstellen, terwijl we een vuurtje gebruikten van iemand die in de hut vlakbij de kampeerplaats sliep (in hut is er mogelijkheid tot koken, maar dat mag je als kampeerder niet gebruiken omdat je maar 5 euro betaalt).
Herstellen bleek onmogelijk, maar ondertussen hadden we kennis gemaakt met een Amerikaan, die voldoende gas meehad en de track in dezelfde richting deed als wij, dus JOY, ons kookprobleem was opgelost (dan ook heerlijke gevriesdroogde bolognaise gegeten die avond!). Ook kennis gemaakt met 4 Duitse advocaten in spe die de track in omgekeerde richting deden en gerust een waterfles konden missen, dus JOYx2, geen dehydratatiegevaar meer!!
Het weer was tot dan toe ideaal: (bijna) geen regen, af en toe een straaltje zon (ideaal aangezien het in Fiordland tijdens de maand december 18 op de 31 dagen regent). Goed geslapen en ‘s ochtends zowaar in de zon kunnen ontbijten! Super om onze langste en zwaarste dag zo te kunnen beginnen. Vooraleer van start te gaan bracht ik een 2de COMPEED op mijn rechterhiel aan… En dat brengt me bij het volgende (voor mij irritantste) ongemak:
3. Liens rechtervoet
Een blaar (volgens Peter is dit een blinne, ik zeg dat hij er niks van kent) die ik op een dagwandeling had opgelopen, was net genezen toen we de Routeburn startten. Na 1 uur wandelen, verwelkomde ik ze terug en bedekte ze liefdevol met een COMPEED. OK, super uitvinding die eventjes helpt en verzacht, maar dat ding blijft op mijn voeten niet op zijn plaats zitten waardoor die blaar blijft en alsmaar groter wordt… Jammer genoeg begon ook mijn rechter grote teen op dag 2 heel pijnlijk te worden (die zit nu blauw), waardoor ik op bepaald moment gewoon bij elke stap een steek voelde.
We begonnen met onze 1e steile klim richting Routeburn Falls. Halfweg kwamen we bij een open plek (bomen weg door aardverschuiving in 1994), waar je een magnifiek uitzicht hebt op de vallei waar we gekampeerd hebben. Peter kon hier de foto nemen waar hij al de hele reis op wacht.
Een 2e langere, maar zachtere klim, grotendeels boven de boomgrens, brengt ons bij Harris Saddle. Mooie uitzichten, struikjes, bloempjes – wij biologen waren in onze sas! En dat zonder enige regendruppel!! Lunch op Harris Saddle, met zicht op prachtige bergen en dreigende onweerswolken. Enige storende factor: een bende van 8 antipathieke Denen die sigarettenrook in onze richting uitbliezen en die we ook tot onze busreis terug zijn blijven tegenkomen.
Vanaf daar startte onze tocht richting Lake Mackenzie, via een weggetje op een bergflank met zicht op de Hollyford vallei. We gingen op, neer en weer bergop – ondertussen werd m’n voet pijnlijker en pijnlijker – tot we eindelijk Lake Mackenzie zagen liggen in de diepte (daar was ook onze kampplaats voor 2e nacht). Ons doel was in zicht, nu enkel nog een steile afdaling via het mossige Silver Beech bos (heel sprookjesachtig allemaal, maar ik kon er op dat moment niet ten volle van genieten… Ik heb de afdaling namelijk al manken gedaan, daar mijn pijngrens heel laag ligt en ik een beetje een mietje ben
)
Man man, ik was blij toen onze tent er stond, we onze overheerlijke gevriesdroogde Indische schotel met sponzige kippenbrokjes konden opeten en ik m’n voetjes in m’n slippers kon schuiven! We kampeerden hier trouwens op kiezelsteentjes met daarop zo’n nepgras-tapijt: gesjellig!
Rond acht uur begon het massa’s te regenen – we hadden die dag al 500 keer gezegd dat we veel geluk hadden met het weer, de weergoden maw iets teveel uitgedaagd… – en het heeft niet meer gestopt tot we terug in civilisation toekwamen.
Dag 3: regen, mottig slaaphoofd en ons brood en energiebars waren op na het ontbijt (aiaiaiai). Niet ideaal, maar uiteindelijk raak je wel in een soort van trance, automatische piloot die je voortduwt tot het eerste doel. Door de vele regen moesten we vele stroompjes en watervallen oversteken, met als toppunt de Earland Falls, die neerklaterden van 174 m hoog en ons bijna wegbliezen. Heel trots dat ik niet geslipt was, besloot om toch ik te vallen op een onnozel modderwegje… Niet enkel kletsnat dus, maar ook bruine viezigheid alom aanwezig nu… Dit doet me eraan denken dat we een uitzonderlijke NZ’se papegaai tegengekomen zijn op onze weg: de KAKA (niet bruin zoals zijn naam doet vermoeden, maar mooi groen met rode buik). Nadat we onze laatste rijstkoeken, banaan en beetje kaas opgegeten hadden, stapten we in de plensende regen (BRRR) richting ‘The Divide’, het eindpunt van de track. Na ongeveer 1 uurtje zagen we het verlossende beeld: parking en shelter!! Yeah, we made it, high five!
Droge kleren en slippers aan en wachten op de bus. Tijdens de 4 uren durende busrit terug heb ik ongelooflijk zitten verlangen naar eten, nagedacht over de handigheid van elektriciteit en supermarkten, over hoe leuk ik het vind om op reis te zijn. ‘s Avonds (gisteren) Indisch gaan eten (kip niet sponzig) (MMM) en in een bed geslapen in toffe hostel (ZZZ), waar we besloten te blijven plakken.
Vandaag ‘geluk’ met het weer: het regent, waardoor onze paardrijtocht afgelast is tot morgen, zodat we kunnen schrijven, de waste doen, voetjes rusten en gewoon op ‘t gemak zijn… Kortom: het was een zaaaalige tocht en heerlijk om ons fysiek uit te putten om nu 500 keer meer te genieten van een bed en ander comfort!!
PS: ik heb gezwoegd om dit binnen de tijd op te typen…
Van Christchurch naar Te Anau
Dinsdag 4 december
Aangekomen in Christchurch, Nieuw-Zeeland! We hadden ons verwacht aan een even mottige jeugdherberg als in Sydney, maar Foley Towers is net het tegenovergestelde. Een oud herenhuis in een prachtige wilde tuin, net Villa Kakelbont. Christchurch zelf is niet zo bijzonder, maar wel gezellig, met heel veel eetgelegenheden en heerlijke koffie en warme chocomelk.
Temperatuur is wat Europeser, maar wel nog zomers.
Woensdag 5 december
Nerveus opgestaan voor het Canada-telefoon-sollicitatiegesprek. Nauwelijks kunnen ontbijten en de verbinding met de conference call wilde maar niet lukken. Bovendien mochten we niet op de kamer blijven. Dan maar in de tuin. Uiteindelijk een lang gesprek gehad (meer dan 1 uur) met zo’n 30 vragen, pff..
Verliep tamelijk, maar ‘k denk niet dat ik het heb. De komende weken ondervragen ze de andere kandidaten, dus het zal nog een tijdje duren voor ik iets hoor.
Na mijn stress-moment, tijd voor Lien’s stress-moment: links rijden met een stuur dat rechts zit! In het begin nog wat beverig, maar al vlug vlot op weg naar Banks Peninsula. Zeer mooi vulkanisch heuvellandschap en schitterend weer. Overnacht even over Akaroa, op een boerderij met zicht over de zwembadblauwe baai. Stevige wandeling bij ondergaande zon en Vlaming tegengekomen die hier 12 maanden zit. Zo lang zijn we dus ook niet weg.
Donderdag 6 december
“Sinterklaas, ouwe dwaas, ruikt naar bier en geitenkaas…” (Zwarte Piet’s Sinterklaasliedje) Te slecht weer om te kayaken met de Hector’s dolfijnen, maar we hebben ze wel gezien vanaf de kant van de baai! Stevig doorgereden naar Oamaru en kijkje gaan nemen bij strandje waar we een paar Geeloogpinguinen aan land zagen komen.
Vrijdag 7 december
Via de kustroute doorgereden richting Dunedin. Onderweg de iets te commercieel uitgebate Moeraki Boulders aangedaan: reuzegrote keien die zo uit te hemel op het strand lijken gevallen te zijn. Dan was het grappig genaamde en erg winderige Shag-point interessanter: aalscholvers en dichtbij zonnende pelsrobben. Over Dunedin naar Otago Peninsula, langs een baantje akelig dicht bij het water. Bij een gezellige jeugdherberg (Bus Stop Backpackers) de tent opgezet en de albatroskolonie aangedaan, de enige plaats ter wereld waar ze aan het vasteland komen. Jammer genoeg was ook hier een commercieel centrum uitgebaat, waar je moest betalen om de wilde albatrossen te zien. Gelukkig was er een aalscholverkolonie bij de kliffen aan de parking en zagen we af en toe een albatros overzweven: machtig!
Zaterdag 8 december
Wandeling gemaakt door de duinen richting een verlaten strand. Er stonden waarschuwingsborden voor zeeleeuwen: niet te dicht in de buurt komen en zeker niet tussen een mannetjeszeeleeuw en de zee komen of ze worden agressief. Gelukkig was het strand dus verlaten, behalve een aangespoeld stuk hout in de verte. Rustig langs de branding gekuierd tot Lien plots op het 10 meter verder liggende stuk hout wees en met een bang stemmetje zei: “Is dat geen zeeleeuw?” Ik was overtuigd van niet, maar keek toch maar met de verrekijker en zag een flipper: het was een zeeleeuw die lag te zonnen!! Ondertussen was Lien al 50 meter teruggelopen.
Niet aangevallen geweest.
In namiddag Dunedin zelf gedaan. Niet zo bijzonder, behalve het (jammergenoeg niet autovrije) achthoekige centrum. Dan maar Cadbury’s World, een chocoladefabriek, aangedaan. Wel leuk, maar hun chocolade is allesbehalve Belgisch.
Zondag 9 december
‘s Ochtends nog een tunnelachtige klif bezocht maar dan de Zuidelijke Stille Oceaan vaarwel gezegd (tot Kaikoura) en doorgereden naar Te Anau. Een vogelboek gekocht, zodat we al die vreemde vogels hier eens beter kunnen bekijken. Even aan het meer gelegen, waar voortdurend een vreemd geluid klonk: als een roestige schommel in de wind, dan statische ruis en een belletje. Blijkt weer een van die crazy vogels te zijn, de Tui!
Maandag 10 december
Vroeg en haastig opgestaan om de bus te halen die ons naar het begin van de Kepler Track moest brengen en in m’n ochtendmottigheid de sleutel op de auto laten zitten.
Wandeling (deeltje van de volledige track) was wel mooi, door een mossig en met varens begroeid bos, langs de rivier. Voor de fans: net het Lord Of The Rings bos waar Boremir sterft in het gevecht tegen de Urukai en Frodo en Sam alleen vertrekken naar Mordor.
Dinsdag 11 december
Rustdag. De regen heeft ons ingehaald. Hopelijk klaart het wat op morgen, zodat we kunnen kayakken op de Milford Sound. Nieuw-Zeelandse groetjes!
Blue Mountains & Manly Beach
Gisteren (zaterdag) de trein genomen richting Blue Mountains, zo’n 100km ten westen van Sydney. Aangezien de treinroute gedeeltelijk onderbroken was, konden we een stukje met de bus en over Harbour Bridge, joehei!
Het weer zag er wel zeer duister uit en toen we toekwamen in het dorpje Katoomba plenste de regen neer. We hadden uiteraard geen warme trui mee, en Lienie rilde in haar topje onder de regenjas. Dus op zoek naar een goedkope T-shirt, die we vonden in het marginale Go-Lo, een soort kruising tussen ‘t Kruidvat en Hans Textiel.
Toen het nog maar druppelde, de hoofdstraat afgewandeld richting de Blue Mountains canyon waarvoor we naar hier gekomen waren. Maar toen we daar eindelijk waren, bij Echo Point lookout, was het zo mistig dat we nauwelijks 10 meter vooruit konden kijken. Alsof we in melk rondliepen.
Veel van de waarschijnlijk schitterende canyon hebben we dus niet gezien. Een stukje gewandeld richting Three Sisters, 3 enorme rotsten aan de rand van de vallei, die volgens de Aboriginal legende, 3 versteende prinsessen zouden zijn. Met de mist en regen was maar 1 prinses te zien, maar gelukkig trok toen even het wolkendek open, zodat we ver beneden ons het regenwoud op de bodem van de vallei konden zien. Het regenwoud waar we even later doorliepen langs de rand van de klif was trouwens zeer de moeite: palmvarens, bloeiende bomen en een vogel die klonk als een laserpistool.
Vandaag was het weer een stuk beter, dus wij de Ferry op naar Manly Beach. We waren die eerst van plan vrijdag te nemen, maar ‘t was daarvoor net iets te bewolkt. Manly ligt op een halfuurtje ferryen van Sydney en is een klein, druk, toeristisch badplaatsje. Maar wat een strand! En wat een weer! Een plaatsje veroverd tussen alle gebruinde surfdudes hier en dan vlug het zeewater in, vechtend tegen de metershoge golven. Zalig! Serieus verbrand (zelfs na duchtig smeren), zal pijn doen morgen.
Na de terugkeer ons op de trappen gezet van het Opera House, uitkijkend over Circular Quai, nagenietend van de 5 fantastische dagen hier. De sfeer, het weer, de terrasjes, de palmbomen, het gebiep als voetgangers mogen oversteken, de troepen vleerhonden die ‘s avonds uitvliegen op zoek naar fruit,… ‘t was de max! Morgen het vliegtuig op richting Christchurch, Nieuw Zeeland!
PS: Wen maar niet aan de regelmatige updates, vanaf morgen wordt internettoegang schaars.
